Subjects micro-economie

Optimale Uitgaven 133E41

Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.

Use the AI math solver

Question: 6. Een (vereenvoudigde) student spendeert zijn maandgeld aan 3 dingen: maaltijden in Alma ($x_1$ keer per twee maanden, 4 euro per maaltijd), film ($x_2$ keer per twee maanden, 5 euro per film) en vervoer ($x_3$ ritten per twee maanden, 7 euro per rit). De student wil natuurlijk zo weinig mogelijk uitgeven en toch een constant nutniveau hebben van 20. Hoe verdeelt hij zijn geld optimaal als zijn nutsfunctie de volgende is: $$U(x_1,x_2,x_3) = x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2}?$$
1. **Probleemstelling:** We willen de uitgaven van de student minimaliseren onder de voorwaarde dat het nutniveau $$U(x_1,x_2,x_3) = x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ gelijk is aan 20. 2. **Formule en regels:** De totale kosten zijn: $$C = 4x_1 + 5x_2 + 7x_3$$ We willen $$C$$ minimaliseren met de constraint: $$x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2} = 20$$ 3. **Gebruik van Lagrange-multiplicatoren:** We stellen de Lagrange-functie op: $$\mathcal{L} = 4x_1 + 5x_2 + 7x_3 - \lambda \left(x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2} - 20\right)$$ 4. **Afgeleiden nemen en gelijkstellen aan nul:** $$\frac{\partial \mathcal{L}}{\partial x_1} = 4 - \lambda \cdot 0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2} = 0$$ $$\frac{\partial \mathcal{L}}{\partial x_2} = 5 - \lambda \cdot 0,5 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2} = 0$$ $$\frac{\partial \mathcal{L}}{\partial x_3} = 7 - \lambda \cdot 0,2 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8} = 0$$ 5. **Los op voor $$\lambda$$ uit elke vergelijking:** $$\lambda = \frac{4}{0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}} = \frac{5}{0,5 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2}} = \frac{7}{0,2 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8}}$$ 6. **Vergelijk de eerste twee uitdrukkingen:** $$\frac{4}{0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}} = \frac{5}{0,5 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2}}$$ Vermenigvuldig beide zijden met de noemers: $$4 \cdot 0,5 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2} = 5 \cdot 0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ 7. **Vereenvoudig:** $$2 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2} = 1,5 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ 8. **Deel beide zijden door $$x_3^{0,2}$$:** $$2 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} = 1,5 x_1^{-0,7} x_2^{0,5}$$ 9. **Breng alle machten van $$x_1$$ en $$x_2$$ naar één kant:** $$2 x_1^{0,3 + 0,7} = 1,5 x_2^{0,5 + 0,5}$$ $$2 x_1^{1} = 1,5 x_2^{1}$$ 10. **Los op voor $$x_2$$:** $$x_2 = \frac{2}{1,5} x_1 = \frac{4}{3} x_1$$ 11. **Vergelijk de eerste en derde uitdrukking voor $$\lambda$$:** $$\frac{4}{0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}} = \frac{7}{0,2 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8}}$$ 12. **Vermenigvuldig beide zijden met de noemers:** $$4 \cdot 0,2 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8} = 7 \cdot 0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ 13. **Vereenvoudig:** $$0,8 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8} = 2,1 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ 14. **Deel beide zijden door $$x_2^{0,5}$$:** $$0,8 x_1^{0,3} x_3^{-0,8} = 2,1 x_1^{-0,7} x_3^{0,2}$$ 15. **Breng alle machten van $$x_1$$ en $$x_3$$ naar één kant:** $$0,8 x_1^{0,3 + 0,7} = 2,1 x_3^{0,2 + 0,8}$$ $$0,8 x_1^{1} = 2,1 x_3^{1}$$ 16. **Los op voor $$x_3$$:** $$x_3 = \frac{0,8}{2,1} x_1 = \frac{8}{21} x_1$$ 17. **Gebruik de constraint:** $$x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2} = 20$$ Vervang $$x_2$$ en $$x_3$$ door hun uitdrukkingen in $$x_1$$: $$x_1^{0,3} \left(\frac{4}{3} x_1\right)^{0,5} \left(\frac{8}{21} x_1\right)^{0,2} = 20$$ 18. **Herschrijf:** $$x_1^{0,3} x_1^{0,5} x_1^{0,2} \cdot \left(\frac{4}{3}\right)^{0,5} \left(\frac{8}{21}\right)^{0,2} = 20$$ 19. **Sommeer de machten van $$x_1$$:** $$x_1^{0,3 + 0,5 + 0,2} = x_1^{1}$$ 20. **Bereken de constante factor:** $$\left(\frac{4}{3}\right)^{0,5} = \sqrt{\frac{4}{3}} = \frac{2}{\sqrt{3}}$$ $$\left(\frac{8}{21}\right)^{0,2} = e^{0,2 \ln(\frac{8}{21})} \approx 0,802$$ 21. **Vervang:** $$x_1 \cdot \frac{2}{\sqrt{3}} \cdot 0,802 = 20$$ 22. **Los op voor $$x_1$$:** $$x_1 = \frac{20}{\frac{2}{\sqrt{3}} \cdot 0,802} = \frac{20}{\frac{1,604}{\sqrt{3}}} = 20 \cdot \frac{\sqrt{3}}{1,604} \approx 20 \cdot 1,08 = 21,6$$ 23. **Bereken $$x_2$$ en $$x_3$$:** $$x_2 = \frac{4}{3} \times 21,6 = 28,8$$ $$x_3 = \frac{8}{21} \times 21,6 = 8,23$$ 24. **Conclusie:** De student besteedt optimaal aan: - $$x_1 \approx 21,6$$ maaltijden - $$x_2 \approx 28,8$$ films - $$x_3 \approx 8,23$$ ritten vervoer Deze verdeling minimaliseert de uitgaven terwijl het nutniveau 20 blijft.