Subjects micro-economie

Optimale Uitgaven 81Ac0D

Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.

Use the AI math solver

Question: 6. Een (vereenvoudigde) student spendeert zijn maandelgeld aan 3 dingen: maaltijden in Alma ($x_1$ keer per twee maanden, 4 euro per maaltijd), film ($x_2$ keer per twee maanden, 5 euro per film) en vervoer ($x_3$ ritten per twee maanden, 7 euro per rit). De student wil natuurlijk zo weinig mogelijk uitgeven en toch een constant nutsniveau hebben van 20. Hoe verdeelt hij zijn geld optimaal als zijn nutsfunctie de volgende is: $$U(x_1,x_2,x_3) = x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$?
1. **Probleemstelling:** We willen de uitgaven van de student minimaliseren onder de voorwaarde dat het nutsniveau $$U(x_1,x_2,x_3) = x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ gelijk is aan 20. 2. **Formule en regels:** De totale uitgave is $$C = 4x_1 + 5x_2 + 7x_3$$. We willen $$\min C$$ onder de constraint $$x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2} = 20$$. 3. **Gebruik van Lagrange-multiplicator:** Definieer de Lagrange-functie: $$\mathcal{L} = 4x_1 + 5x_2 + 7x_3 - \lambda \left(x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{0,2} - 20\right)$$ 4. **Afgeleiden nemen en gelijkstellen aan nul:** $$\frac{\partial \mathcal{L}}{\partial x_1} = 4 - \lambda \cdot 0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2} = 0$$ $$\frac{\partial \mathcal{L}}{\partial x_2} = 5 - \lambda \cdot 0,5 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2} = 0$$ $$\frac{\partial \mathcal{L}}{\partial x_3} = 7 - \lambda \cdot 0,2 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8} = 0$$ 5. **Herformuleren van vergelijkingen:** Van de eerste: $$4 = \lambda \cdot 0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ Van de tweede: $$5 = \lambda \cdot 0,5 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2}$$ Van de derde: $$7 = \lambda \cdot 0,2 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8}$$ 6. **Verhoudingen tussen $x_1$, $x_2$, $x_3$ vinden:** De linker zijden zijn constanten, dus we kunnen de rechter zijden gelijkstellen via $\lambda$: Van vergelijking 1 en 2: $$\frac{4}{0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}} = \frac{5}{0,5 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2}}$$ Vermenigvuldig beide zijden: $$4 \cdot 0,5 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} x_3^{0,2} = 5 \cdot 0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ Simplificeer $x_3^{0,2}$ aan beide kanten: $$2 x_1^{0,3} x_2^{-0,5} = 1,5 x_1^{-0,7} x_2^{0,5}$$ Breng alle $x_1$ en $x_2$ naar één kant: $$2 x_1^{0,3 + 0,7} = 1,5 x_2^{0,5 + 0,5}$$ $$2 x_1^{1} = 1,5 x_2^{1}$$ Dus: $$\frac{x_1}{x_2} = \frac{1,5}{2} = 0,75$$ 7. **Vergelijking 1 en 3:** $$\frac{4}{0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}} = \frac{7}{0,2 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8}}$$ Vermenigvuldig: $$4 \cdot 0,2 x_1^{0,3} x_2^{0,5} x_3^{-0,8} = 7 \cdot 0,3 x_1^{-0,7} x_2^{0,5} x_3^{0,2}$$ Simplificeer $x_2^{0,5}$: $$0,8 x_1^{0,3} x_3^{-0,8} = 2,1 x_1^{-0,7} x_3^{0,2}$$ Breng alle machten naar één kant: $$0,8 x_1^{0,3 + 0,7} = 2,1 x_3^{0,2 + 0,8}$$ $$0,8 x_1^{1} = 2,1 x_3^{1}$$ Dus: $$\frac{x_1}{x_3} = \frac{2,1}{0,8} = 2,625$$ 8. **Samenvatting verhoudingen:** $$x_1 = 0,75 x_2$$ $$x_1 = 2,625 x_3$$ 9. **Expressie van $x_2$ en $x_3$ in functie van $x_1$:** $$x_2 = \frac{x_1}{0,75} = \frac{4}{3} x_1$$ $$x_3 = \frac{x_1}{2,625} = \frac{8}{21} x_1$$ 10. **Constraint invullen:** $$x_1^{0,3} \left(\frac{4}{3} x_1\right)^{0,5} \left(\frac{8}{21} x_1\right)^{0,2} = 20$$ Schrijf uit: $$x_1^{0,3} x_1^{0,5} x_1^{0,2} \cdot \left(\frac{4}{3}\right)^{0,5} \left(\frac{8}{21}\right)^{0,2} = 20$$ Som van exponenten van $x_1$ is $0,3 + 0,5 + 0,2 = 1$: $$x_1 \cdot \left(\frac{4}{3}\right)^{0,5} \left(\frac{8}{21}\right)^{0,2} = 20$$ 11. **Bereken de constante factor:** $$\left(\frac{4}{3}\right)^{0,5} = \sqrt{\frac{4}{3}} = \frac{2}{\sqrt{3}} \approx 1,1547$$ $$\left(\frac{8}{21}\right)^{0,2} = e^{0,2 \ln(8/21)} \approx e^{0,2 \times (-0,9624)} = e^{-0,1925} \approx 0,825$$ Vermenigvuldig: $$1,1547 \times 0,825 \approx 0,952$$ 12. **Los op voor $x_1$:** $$x_1 \times 0,952 = 20 \Rightarrow x_1 = \frac{20}{0,952} \approx 21,01$$ 13. **Bereken $x_2$ en $x_3$:** $$x_2 = \frac{4}{3} \times 21,01 \approx 28,01$$ $$x_3 = \frac{8}{21} \times 21,01 \approx 8,00$$ 14. **Conclusie:** De student besteedt zijn geld optimaal door ongeveer: - $$x_1 = 21$$ maaltijden - $$x_2 = 28$$ films - $$x_3 = 8$$ ritten vervoer Dit minimaliseert zijn uitgaven terwijl hij een nutsniveau van 20 behoudt. 15. **Totale uitgave:** $$C = 4 \times 21,01 + 5 \times 28,01 + 7 \times 8,00 = 84,04 + 140,05 + 56 = 280,09$$ Dus de minimale uitgave is ongeveer $$280,09$$ euro per twee maanden.